Per rijwiel door de betonjungle van Bangkok
NRC Handelsblad - 5 januari 2008
Door Lolke van der Heide
Nederlandse zakenman biedt toeristen fietstochten door rustige gedeelten van Thailands hoofdstad
Thailand staat voor tempels, stranden, tsunami en seksindustrie. Het weer, het eten en de gastvrijheid van de Thai zijn aanlokkelijk. En wie een fietstocht door Bangkok wil maken, komt op de meest afgelegen plekjes in de metropool.
Ineens is de stad verdwenen. Phra Phradaeng is een schiereiland in de rivier de Chao Praya, hemelsbreed maar een paar kilometer uit het centrum van Bangkok. Hier geen toeternede auto’s, bussen, tuk-tuks, brommertjes en alle varianten daar tussenin, die vechten om voorrang volgens het recht van de sterkste, snelste of behendigste. De ‘groende long’ Phra is het domein van de fiets. Tussen kokospalmen en fruitbomen ligt een stelsel van betonnen paden op palen, waarover fietsen een aards genot is. Goed sturen! De weg is en daar maar een meter breed, met moddergoten aan weerszijden. Langs de kant staan eenvoudige woonhuisjes en boeddhistische tempels. Overal liggen honden loom te slapen, soms midden op het pad – uit de weg gaan ze niet, blaffen doen ze ook niet. Wie na aankomst op de ultramoderne luchthaven de verkeershectiek in de Thaise hoofdstad heeft aanschouwd, gelooft niet dat een rit per rijwiel in de betonjungle van 10 miljoen inwoners overleefd kan worden. Laat staan dat er voor een pedalerende toerist vreugde aan te beleven valt. Andre Breuer dacht daar anders over toen hij twee jaar geleden zijn eenmansbedrijf Bangkok Biking opzette. De Nederlander leerde Bangkok daarvoor op zijn duimpje kennen als textielinkoper bij Thaise bedrijven. Hij wilde eens “wat anders”, en hoefde er “niet per se rijk van te worden”. Vanuit zijn huis aan de drukke Rama 3 doorgangsweg stippelde hij voor toeristen een begeleide route uit onder de naam ‘Colours of Bangkok’. De tocht, a raison van duizend Baht (22 Euro), duurt tussen de 4 en 5 uur en voert, zo belooft Breuer, door rustige buurten en groene gedeeltes van de stad. Een groep van 6 fietsers, allen Nederlanders, staat om 8 uur ’s ochtends te popelen om het fietsavontuur per mountainbike uit te proberen. Breuer zelf gaat op kop, in een rustig tempo. “Het moet wel recreatie blijven, ik wil er niet moe van worden”, zegt hij. Het eerste deel van de trip lijkt het alsof de toerbaas zijn klanten in de maling wil nemen: we slalommen tussen honderden auto’s door, moeten welgeteld 15 minuten wachten voor een verkeerslicht en zien niets dat het oog kan bekoren.
Maar voorbij het drukke kruispunt krijgt Breuer toch gelijk. Eerst laat hij de charmes van de achterbuurten zien: het gaat door steegjes en poortjes, langs de etenstafels van bewoners, dwars door ‘woonkamers’, voorbij schooltjes en winkeltjes. Iedereen kent Andre, ze groeten vriendelijk. “Ze noemen dit slums, maar de mensen proberen op hun manier een bestaan op te bouwen. En het is hier volkomen veilig. Toch komt hier nooit een toerist, behalve met mij”, lacht Breuer. Via smalle kronkelweggetjes bereiken we de rivier. Fietsen en fietsers bereiken per longtail boat – een langwerpige, snelle motorboot - de overkant, voor de tweede etappe op Phra Pradaeng. Halverwege de fietstocht heeft Breuer een vaste pauzeplek bij een eenvoudig eethuisje. We eten er patay kung, noedels met garnalen en rode pepertjes, voor 35 Baht (0,75 Euro).
De fietstocht van Andre Breuer laat de gewone Thai zien en hoe ze leven in hun stad – een verrassend ander beeld dan het Bangkok uit de reisgidsen, waarin tempels, paleizen, de warenmarkten en restaurants als grote attracties worden aanbevolen. Niet dat de bezienswaardigheden niet ook de moeite van het zien waard zijn. Dat zijn ze stuk voor stuk! Neem de tempel Wat Pho, met zijn liggende Boeddha, een opwindend mooi beeld van 46 meter lang, met bladgoud aan de buitenkant en parelmoer in de ogen en voetzolen. In de tempel bevindt zich ook een Thaise massageschool. Sterker nog: Wat Pho is de geboorteplaats de Thaise massage, een nogal hardhandige vorm van spieren kneden en ledematen oprekken. De Thaise massage wordt vaak verward met de seksmassage. Ten onrechte, nuat phaen boran, zoals de massage in het Thais heet, is een traditionele geneeswijze waar geen seksuele handelingen aan te pas komen. Naast Wat Pho ligt het Koninklijk Paleis. Koning Bhumibol (officiële titel: Rama IX) heeft er nooit gewoond, omdat zijn broer, Rama VIII), de vorige koning, er in 1945 op mysterieuze wijze om het leven kwam. Staatsbanketten en feesten worden er wel gehouden. Het ongeluk van de Koninklijke familie is een geluk voor de toerist, het terrein is nu open voor het publiek. Er staan prachtige paleizen en tempels - de meeste zijn alleen aan de buitenkant te bezichtigen – en beelden, waaronder de 75 centimeter hoge smaragden Boeddha. En die seksmassage dan? Ja, die is ook alom aanwezig in Thailand. Je kunt er de ogen niet voor sluiten. In sommige delen van Bangkok lopen mannen – vooral uit Westerse landen – met jonge Thaise vrouwen hand in hand over straat. De mannen ‘huren’ voor een paar dagen een Thaise en lopen daar openlijk mee te koop. Maar de situatie is legaal in Thailand – of het wordt gedoogd, met wat steekpenningen – en toeristen die er niets mee te maken willen hebben, zullen er geen last van ondervinden. Thailand is geen land van opdringerigheid. Ten minste: op de meeste plaatsen. De badplaats Pattaya is naar verluidt geheel gebouwd op de seksindustrie. 333Travel, een van de grootste touroperators voor Zuidoost-Azie in Nederland, heeft daar genoeg van. “Dit is ethisch niet meer te verantwoorden” zegt directeur Has van den Born, “we halen Pattaya volgend jaar uit onze reisgidsen.” Een ander populair gebied voor strandvakanties is het zuiden van Thailand, met eilanden als Phuket, Ko Samui en Ko Chang. Het is een regio die grotendeels is gericht op massatoerisme, wat niet iedereen als voordeel zal zien: toeristen zie je overal. Maar het zijn lieflijke oorden, zonder al te lelijke hoogbouw en behoud van kwaliteit. Welke? De vriendelijkheid van de Thai, heerlijk voedsel en voortreffelijke hotels.
We vlogen van Bangkok met prijsvechter Air Asia naar Phuket. Dit eiland, gelegen aan de Andamaanse Zee, kreeg in 2004 de volle laag bij de tsunami. De zichtbare schade is inmiddels weggewerkt; op veel plaatsen staan wel nieuwe hotels in de steigers, ter vervanging van verwoeste voorgangers. “Het bewonderingswaardige aan Thailand is dat ze alles zelf weer opbouwen, financiële hulp uit het buitenland weigeren ze”, zegt Hans van den Born, “ dat is typisch Thailand, ze redden zich altijd zelf.” Ook zijn op alle wegen in Phuket vanaf de stranden bordjes geplaatst waarop ‘tsunami-vluchtroute’ staat en de afstand in meters wordt aangegeven naar veilig, hogerop gelegen grond. Sirenes zullen voortaan gaan loeien bij gevaar van zee. Op de laatste avond drinken we op het strand van Phuket een vruchtenshake van watermeloen en kokosnoot ( 40 Baht – 0,80 Euro) en eten garnalen met currysaus. Allemaal even verrukkelijk. Twee ‘arme sloebers’ willen hun potten honing verkopen. “Die kunnen we niet meenemen in het vliegtuig”, zeg ik. Ze dringen aan. Ik heb medelijden en geef toch wat geld. “Houd die honing maar.” Terwijl de twee weglopen gaat de mobiele telefoon in het overhemd van een van hen. De Thai redden zich altijd.
NRC Handelsblad - 1 jan 2008.pdf
Download de orginele versie van dit artikel. pdf, 4,5M